Esquire Theme by Matthew Buchanan
Social icons by Tim van Damme

08

Apr

Dit is zó mijn dag…

Sinds de mensenkinderen naar het kinderdagverblijf gaan is het algehele malaise in huize Kieneetjemineetje. Vanaf dat ze thuis zijn uit het ziekenhuis zijn onze kinderen nog geen dag ziek geweest. Een lullige verkoudheid misschien maar verder niets. Maar sinds het kdv kwam alles uit waarvoor we al gewaarschuwd waren. Vanaf dag 1 waren de kinderen verkouden, en ik geloof dat op dag 3 we de eerste zieke baby hadden. Koorts, snotteren, hangerig, hoesten..heeft u beeld?

Heel niet handig want het kinderdagverblijf nemen wij in principe niet voor niets in de arm; het is de bedoeling dat we ons die 3 dagen dat ze gaan, beiden vol op ons werk kunnen storten. Maar daar gaat het dus een beetje mis. 
Al ruim 6 weken brengen we de kindjes ‘s ochtends weg alsof het een soort bommetjes zijn; ieder moment kan het ding afgaan, óf niet! We zetten ze voorzichtig neer op het kinderdagverblijf en sluipen dan achteruit met onze vingers in onze oren. En meestal gaat dan 1 van de bommetjes ‘s middags af en worden we gebeld dat kind 1/kind 2 toch echt last heeft van koorts/verhoging/hangerigheid/hoestbuien/lamlendigheid. 
Al 6 weken wisselen Lola en Roef elkaar af in de ziekenboeg. Eerst had Lola buikgriep (en ik volgde er na), daarna was Roef heel grieperig. 
De koorts-tombola is ook al een tijd aan de gang; iedere dag heeft tenminste één mensenkind een koortspiek van 40+ graden. De zetpillen zijn niet aan te slepen.

Afijn, na nacht zoveel om het uur er uit om een jochie te troosten die in zijn hoestbui blijft hangen en na vanochtend weer een liefdevolle spuug-douche van dochterlief over bed en mijzelf, vond ik het wel mooi geweest.

Gelukkig heb ik de mogelijkheid om thuis te werken als het nodig mocht zijn en ik besloot dat het nodig was. Een afspraak gemaakt met de huisarts en gaan met die banaan.
Nou, ik haat die banaan. Het is allesbehalve fijn om met 2 zieke kinderen op pad te moeten.
Met veel kunst- en vliegwerk kreeg ik het voor elkaar om op tijd bij de huisarts te zijn. Helaas was ik mijn portemonnee in alle haast vergeten maar dat moest geen probleem opleveren als het allemaal een beetje opschoot en er geen parkeerwachters actief waren.
De huisarts had het al vrij snel gezien; beiden hadden last van een ordinair griepvirus. Dochterlief heeft het ‘geluk’ dat haar keel en oor wat infectie verschijnselen vertoonden, waardoor ik een kuurtje mee kreeg voor haar.
Een kuurtje en de apotheek op de hoek… ook maar gelijk even doen dus. (Voelt u hem aankomen? Voelt u de spanning?) 
Bij de apotheek duurde het een eeuwigheid want er moest nog wat getypt op de computer en gemixt in de keuken en wat overleg in het kamertje en nog wat getyp op de computer. Maar ik kon het gelukkig wel zo meekrijgen, zonder portemonnee! Nou! Dat is fijn!
En zo kwam het dat ik 20 minuten later dan dankzij vergeetachtig en haastig twee zieke kinderen inladen, in het bezit was van een kuurtje voor Lola en een parkeerbon van 60 euro voor het vergeten van mijn portemonnee.
Dit is zó mijn dag.

Omdat ik toch echt aan het werk moest en ik het idee had dat ziek Lola alleen maar zou willen slapen, heb ik Roef alsnog naar het kdv gebracht. Hij lekker spelen, Lola lekker slapen en mamma lekker werken.

Ik ben kapot. Een beetje moedeloos ook. Ik mag hopen dat die kuur a 60 euro het gaat doen voor het meisje en dat onze kleine meneer gewoon zonder dure kuur beter wordt/blijft. Dan kan ik ook aan mijn baas weer laten zien dat ik écht een heel waardevolle en hardwerkende gemotiveerde werknemer ben en dan loopt het hier misschien ook weer een beetje soepel.

Dit is zó mijn dag… *huilt in een hoekje*

22

Mar

Het werkt..

Sinds 15 februari mag ik mezelf een werkende moeder noemen en thuis zijn we nu heuse tweeverdieners. We doen dus helemaal mee. Voldoen aan het plaatje. Twee hard werkende mensen, twee kinderen, een eigen huis, een hond en een Volvo. De overheid kan trots op ons zijn.
Ik heb me, voordat ik begon, heel druk gemaakt over hoe het allemaal zou gaan. Ik ben natuurlijk ruim 1,5 jaar werkloos en thuis geweest. Allemaal heel bewust en zonder enig centje pijn, al wist ik al snel dat een thuismoederschap niet per sé voor mij bedacht is. Maar hoe zou dat gaan als ik aan het werk zou zijn? Hoe moest dat met het huishouden bijvoorbeeld? De boodschappen, het poetsen, misschien hier en daar nog eens eten en hoe krijgen we in hemelsnaam de kindjes veilig en aangekleed en met een volle maag op het kinderdagverblijf?

We draaien nu bijna een maand als tweeverdieners en ik durf geloof ik te zeggen dat het werkt! Ik dus, maar ook ons huishouden.

We hebben gelijk te maken gehad met een regelrechte vuurdoop. Want van mijn 4 werkdagen ben ik vanaf het begin 2 dagen op locatie bij een klant geweest. En die locatie varieert van Vianen tot Sneek. Dus ik ben vaak al voordat iedereen wakker is onderweg en kom pas laat thuis. Dat vergt wat planning en flexibiliteit van het gezin. (Lees; van Niels) Als ik in de avond alle tasjes en kleren klaarleg, de boodschappen doe en kook zodat we uiteindelijk om 9 uur aan het eten zitten, draait Niels de dagen helemaal alleen door de kinderen weg te brengen, op te halen, alle hapjes te doen en soms zelfs de kinderen weer op bed te leggen.

Het kost dus aardig wat moeite en energie maar het loopt wel! Er zit een -soort van- ritme en regelmaat in, de kindjes hebben het enorm naar hun zin op het kinderdagverblijf en wij zijn nog niet eens héél erg toe aan vakantie. En het wordt het alleen maar makkelijker. Want de sessies bij de klant zijn over 1 week voorlopig voorbij en dan is mamma dus gewoon weer om 6 uur thuis. 

Het werkt! Ik dus, maar ook het huishouden..

07

Feb

Eten, de hel.

Doorgaans ben ik best tevreden over mezelf als moeder, al zou je dat misschien niet direct denken als je dit blog leest.
Maar toch is het zo.
Ik bedoel, ze leven allebei nog! En ze ontwikkelen zich goed. Volgens de boekjes zijn de mensenjongen nu 9 maanden, en ze kruipen, zitten stevig los en trekken zich op. Dat schijnt goed te zijn als ik anderen geloof.
Ze eten boterhammen met stroop (ik stop de stukjes in hun mond) en ze eten warme prak (die ik ze met een lepeltje naar binnen schuif).
We proberen ook wel een stukjes fruit, maar vooralsnog is dat niet echt een succes. Fruit is glibberig en floept dus gewoon weer naar buiten. Ook koekjes of crackers eten ze, maar is geen daverend succes. Er wordt gesabbeld, geknoeid, gekokhalsd, en gespeeld. En 1/8 van het koekje bereikt uiteindelijk daadwerkelijk hun maagjes.
En dan heb je nog de bekers. Tuitbekers waren lang geen succes, want zie daar maar eens diksap uit te krijgen. We hebben verschillende bekers; net zachte tuit, met harde tuit, zonder tuit. En nu hebben ze eindelijk door dat uit die bekers ook drinken komt. Maar dan komt het volgende probleem; er komt niets uit als je het ding te laag houdt. Maar hoe vertel je een kind van 9 maanden dat je de beker in de lucht moet houden?

Gisteren waren we met z’n vieren voor het eerst kennismaken op de groep bij het kinderdagverblijf. We werden verwelkomd door 2 lieve leidsters en een handjevol kinderen van 3 maanden oud tot bijna 2 jaar oud. Het was allemaal heel gemoedelijk en de mensenjongen leken al helemaal op het gemakje te zijn.
“Hoeveel flessen krijgen je kinderen nog? Twee? Of eentje?”
Eh…..
Nee, nog vier, al ben ik aan het proberen het terug te brengen naar 3 flessen.
“En in dit bakje leg je 2 stuks fruit voor ‘s ochtends en ‘s middags”
Ohw, oké.. Maar ze houden fruit niet echt binnen. “Ja, da’s een kwestie van blijven oefenen.. Leg maar eens wat stukken fruit of groente voor ze en laat ze maar aanrommelen.”
Ja.
En rond 5 uur krijgen ze hun warme eten, ze eten uit een potje.
“Tja, we kunnen kijken of we daar tijd voor kunnen maken, maar in principe geven wij niet het avondeten. En na hun eerste verjaardag, maar ja dat is bij jullie anders natuurlijk, helemaal niet meer.”
Oh.

En BAM daar was opeens een grote lading onzekerheid. Gratis en voor niks! Zijn wij dan echt van die ontaarde ouders dat we onze kinderen volledig verkeerd laten eten? En hoe moet dat dan straks die drie dagen op de opvang. Moeten ze dan echt pas om half 7 of 7 uur warm eten, net als wij?

Ik ben nu dus aan er zoeken wat dan een normaal gezond dagschema voor onze twee zou moeten zijn.
Ik heb het boekje van het consultatiebureau er al bij gepakt, de map van de Pandapoli, en ik ben aan het googelen als een dolle.
En het mooie is dat iedereen weer wat anders vertelt!
Ik weet het dus even niet meer.
Ik heb gisteren geprobeerd de fles van 4 uur te vervangen door de warme maaltijd. En dat ging best goed. Vandaag heb ik geprobeerd de fles van 12 uur te vervangen door een broodmaaltijd vanaf 11 uur. Ook dat lijkt goed te gaan.
Maar wat nu het uiteindelijke ideale ritme wordt? Ik weet het niet.
En dan wordt het nog een uitdaging om ze aan het fruit te krijgen. Ik zal de komende weken dweilen en proberen en al het fruit mogelijk de revue laten passeren. Een kleine opgave voor iemand die zelf nou niet per se een fan van fruit is.
Verder lees ik dat pap een dingetje is. Baby’s moeten pap. Van een bordje met een lepeltje. ‘s Ochtends. Uhhuh. Ik weet niet wie deze richtlijnen verzonnen heeft, maar diegene heeft denk ik 48 uur in een dag, geen baan en dus bakken met geld, een schoonmaakster en een engelengeduld. Oh, en maar één kind ook.

Raar vind ik het dat je enerzijds wordt verteld dat je het lekker allemaal moet doen zoals je zelf wil en wat goed voelt. Maar dat je anderzijds wel dingen krijgt opgelegd en dat de kinderen tóch mee moeten in een vooraf vastgesteld ritme. En ik dus ook. Ik doe dit ook voor het eerst… help me dan!

Ik kan niet wachten tot ze zo oud zijn dat ze zelf kunnen eten en drinken en dat zonder al te veel rommel, en kunnen vertellen dat ze honger hebben.
En tot die tijd blijven we maar door sukkelen en achter de feiten aanlopen vrees ik. En druiven schillen en uiteindelijk allemaal van de grond af rapen.

05

Feb

Countdown

Op vrijdag 15 februari gaat het waarschijnlijk gebeuren. Ik zeg waarschijnlijk omdat het contract nog niet getekend is. Maar met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid heb ik een baan en start ik over een aantal dagen als werkende moeder.

Mijn staat van zijn houdt ergens het midden tussen totale paniek en compleet lamgeslagen. Ik moet het nu echt gaan doen namelijk. 
Ik houd van beren. Ik zoek ze ook vaak op. Ik vind ze meestal op de weg.

Want hoe ga ik het straks in hemelsnaam doen?! Twee kinderen die in de ochtend gegeten moeten hebben, aangekleed moeten zijn. Dan ik zelf die ook moet eten en moet aankleden. Dan moet ik de kindjes wegbrengen naar het kinderdagverblijf. Waar de beren ook weer stapelshoog op de weg liggen want hoe doe ik dat met twee kinderen en maar één paar armen? Ik moet dus eerst de een binnen brengen en later de andere uit de auto plukken. Als we het dan toch over pedagogisch onverantwoord hebben…

Dan wil ik ze natuurlijk ook niet met een paar seconden dumpen. maar wat is dan een reële begintijd? En ben ik dan aan het eind van de dag wel op tijd weer bij de opvang om ze op te halen?
En hoe doen we dat met eten dan? En hoe houd ik in hemelsnaam het huis schoon straks? En wanneer moet ik boodschappen doen, toch hopelijk in het weekend? Maar hoe zit het als er..-STOP-

Ik weet natuurlijk dat er meer (tweeling)ouders zijn die dit varkentje wassen. En dat er voor iedere drempel of beer die ik zie, hoogstwaarschijnlijk ook wel een oplossing is die waarschijnlijk nog heel voor de hand liggend is ook. En ik hoef het ook allemaal niet alleen te doen, ik heb natuurlijk ook Niels nog die samen met mij dit varkentje gaat wassen..

Maar dat zie ik nu allemaal even niet.

Dus ik ben nu al ingewikkelde schema’s aan het maken en honderden lijstjes. Alle beren die ik zie moeten in kaart gebracht worden alvorens ik ze kan elimineren. Het is vreselijk om mij te zijn op dit moment.

Oh ja, ik heb dus een baan. Als alles verder goed komt ben ik straks voor 32 uur in de week Copywriter bij een onwijs leuk online bureau. En ik heb het nog niet eens willen of durven vieren. Met champagne, een cadeautje voor mezelf of lekker sushi eten. Er liggen namelijk wat beren in de weg..

21

Jan

Heel pedagogisch onverantwoord..

Toen ik zwanger was wist ik wel hoe ik het opvoeden straks aan zou pakken. Ik wilde tenslotte al zo lang als ik kan heugen kinderen, dan moest ik ook wel een geboren moeder zijn. Ik zou mijn kinderen wél gezond laten eten, allemaal vers. Mijn kinderen zouden op groeien met liedjes, boeken en verantwoord speelgoed. En de tv deed ik het liefst de deur uit. Mijn kinderen zouden alleen maar buiten zijn en helemaal een zijn met de natuur.

Hallo ik ben Tee, en ik ben een luie moeder.

In het begin is het leven met een baby niet makkelijk, maar wel overzichtelijk. Ze eten en drinken melk, ze slapen en ze poepen. En tussendoor ‘spelen’ ze en leren ze de wereld kennen maar dat is meer voor je eigen vermaak.

Hoe ouder mijn mensenjongen worden, des te meer zelfkennis ik krijg. Zo heb ik bijvoorbeeld nooit geweten dat ik zo slecht tegen weinig slaap kan. Of dat ik blijkbaar een echte poets ben met een lichte vorm van smetvrees.

Vanaf ongeveer 5 maanden (gecorrigeerd) zijn wij hier begonnen met hapjes. De kindjes kregen op aanraden van het ziekenhuis gepureerde derrie uit potjes om ze te laten wennen aan andere smaakjes en de sliksensatie. Want ze zouden wel moeten wennen, na maanden alleen maar melk. Daarom moest ik ook in de smaakjes niet te veel variëren. Het zou namelijk echt wennen worden.
Mijn kinderen vonden het advies lichtelijk overdreven en eten vanaf het begin wat het Olvaritpotje schaft. Of dat nu tonijnschotel met wortel en rijst is, of stoofpotje met bruine bonen en appel. 
Maar met onze pot mee-eten hebben ze nog nooit gedaan. Want deze koningin van de goed gekruide eenpansgerechten zou dan niet meer mogen kruiden of de kinderen een onaf gepureerd gerecht aan moeten bieden. Oh ja en zo gezond eten wij niet. En dan pureer ik te veel, terwijl de kindjes maar een muizenbeetje eten. En in zo’n potje zit tegenwoordig alle vitaminen nog en ze eten zo heel gevarieerd. En dan zou ik om 4 uur ‘s middags al moeten koken.
En nog veel meer smoesjes om de kindjes maar gewoon gemakkelijk uit een potje te laten eten.

Om over mijn voornemen om op de Rapley methode te voeden maar te zwijgen. Voor de niet-kenners onder ons; met de Rapley methode geef je je kind een handzaam stuk eten zoals een roos broccoli of een stuk komkommer en laat je hem zelf eten en ontdekken.
Ik heb het geprobeerd hoor. Echt waar. Ik heb ze een stuk banaan voorgeschoteld, stuk brood, een stuk peer, appel. En oh wat vonden ze dat leuk. Alleen ík zat me aan tafel op te vreten; langzaam zag ik alle stukken voedsel veranderen in moes die langzaam met beleid over de tafel, kleren en gezichten werden uitgesmeerd. Aan het eind van het verhaal moest ik stofzuigen, dweilen, wassen en poetsen en hadden de kindjes misschien 1 stukje peer weten binnen te houden.
In het hoofdstuk zelfkennis schreef ik ‘geen geduld’ en ‘poets’ bij en ik ben lekker door gegaan met handige potjes en hapjes met de lepel. Ik heb de kinderen tot nu toe nog niet horen klagen. 

Ik ben in nog veel meer dingen lui. Al noem ik het zelf niet lui, maar gemakkelijk.

Zo zitten mijn kinderen wel eens in hun wipstoeltjes (gemakkelijk) voor de tv naar Rupsje Nooitgenoeg te kijken (gemakkelijk) Wat dan volgens mij nog best heel erg pedagogisch verantwoord is, want het is mooi getekend, het wordt verteld door Carice van Houten en het is met klassieke muziek. Nah!
Ik zou de hele dag punten kunnen scoren bij onze kinderfysio, en er voor kunnen zorgen dat onze kinderen met 9 maanden al kunnen lopen of misschien een kleine wals kunnen dansen. Maar ik vind het ook wel makkelijk om niet de hele dag baby’s uit de hoeken van de kamer te moeten plukken. En dus spelen ze ook veel lekker in de box of in de wipstoel met het plastic herrie speelgoed.

In bad gaan ze ook maar maximaal 1 keer in de week. Want in bad gaan is voor de kindjes misschien hartstikke leuk, voor ons is het vooral zweten en een conditietraining met twee wriemelende natte lijfjes en afdroogploegendienst. En van een natte lap worden ze ook schoon, veel gemakkelijker ook.

Naar buiten gaan is heerlijk. De frisse buitenlucht is goed voor de kindjes, en voor mij is het ook niet bepaald slecht eens buiten te zijn. Maar wat een gedoe; wagen pakken, jassen aan, dekentje mee, tutjes mee, misschien voor de zekerheid ook nog maar een verschoning en wat eten, de wagen naar buiten manouvreren, lopen en proberen weer voor de volgende fles terug te zijn. He verdorie, nu gaat het nog regenen ook. Mijn brein schiet bij de gedachte vaak al in de ‘gemakkelijk’-modus. Als de man thuis is spring ik snel in mijn kloffie wel even in de auto om die boodschap te halen of die brief te posten. Scheelt een hoop moeite en ik ben binnen 3 minuten weer terug. Voor die frisse lucht zet ik het raam wel open.

Liever lui dan moe. Nee. Liever gemakkelijk en energie- en ergernis besparend, dan heel erg pedagogisch verantwoord maar tegelijkertijd uitgeblust.

Allemaal heel onverantwoord dus. Maar ik ben wel een léuke moeder. 


10

Jan

Een wereld van verschil..

Dat onze tweeling een verhaal apart is met hun verschillende geboortedatum dat moge duidelijk zijn. Er zijn niet veel tweelingen die kunnen vertellen dat ze 10 dagen schelen. 
Dan gaat het ook nog een meisje en een jongetje. Het verschil daartussen hoef ik je denk ik niet uit te leggen.

Maar ook qua karakter kunnen de twee niet verder uit elkaar liggen.

Roef en Lola verschillen als dag en nacht. Lola is onze grote kat-uit-de-boom-kijker. Ze vindt het reuze gezellig als er mensen over de vloer zijn, maar je moet geen kunstjes verwachten. Nee, ons dametje kijkt aandachtig naar je. Ze speelt niet met je, ze lacht niet naar je en al helemaal niet als je dat graag zou willen. Het meisje observeert. En zit lekker in haar eigen wereldje. Als het ijs dan na meer dan een uur gebroken is wil ze wel gaan spelen. Met je kettinkje of iets anders dat glimt. Of met je wangen, vingers of haar. En als je heel veel geduld hebt krijgt ze de smaak te pakken en gaat ze ‘wippen’ en kun je als je goed kijkt en echt je best doet misschien zelfs wel een lach ontfutselen. Per ongeluk.

Roef is anders. Bezoek is the bomb. Zodra meneertje ook maar door heeft dat er andere mensen in huis zijn is meneer paraat en actief en moet de hele trucendoos open. Lachen, brabbelen, spelen, sjansen. The whole shebang. Roef heeft dan ook direct alle aandacht van de visite wat Lola dan weer lekker de ruimte geeft om in haar eigen wereldje te blijven.

De visite maakt zich vaak zorgen. “Tja, ze zijn wel anders he? Roef is heel open en helder. En Lola lijkt wel in zichzelf gekeerd. Ze lijkt je ook wel niet aan te willen kijken. Zou ze misschien autistisch zijn ofzo?” 

Denkfout. Lola is in zichzelf gekeerd bij ánderen. Zodra de visite de deur uit is komt het dametje los. En met los bedoel ik los.
Als Roef van al het charmeren en brabbelen helemaal opgebrand en overprikkeld is, en niet veel meer kan dan jammeren omdat hij wil slapen maar nog helemaal stuitert, gaat bij Lola de knop om. Lola kruipt, lacht, speelt, krijst, wiebelt, wipt, hoest omdat dat zo’n leuk geluid is en lijkt onvermoeibaar. Believe me, ik maak me over een of andere stoornis voorlopig geen zorgen. Ik denk dat het meisje haar energie en prikkels juist heel goed weet te doseren, terwijl het mensenjong vaak omvalt van alle te verwerken indrukken en prikkels.

Wat voor mij soms lastig is is ook het verschil in ritme van de twee. Lola lijkt veel minder slaap nodig te hebben. Het ochtendslaapje en het middagdutje duren bij Lola niet langer dan een uur, terwijl Roef een gat in de dag kan slapen en dan nog om 6 uur omvalt van vermoeidheid. 
Als Lola toevallig eens moe mocht zijn, dan vraagt of zoekt ze haar speen en doet haar ogen dicht. Knock out, voor maximaal 20 minuten en dan is de batterij weer opgeladen en gaat ze weer verder als een roze Duracell konijn.
Roef slaapt niet. Want dan mist hij dingen. Dat de hond langs loopt bijvoorbeeld. Of dat muziekje. De buurman die uit het raam hangt of dat ik achter de computer zit. Prikkels, keep on coming! 

Roef is een snelle in zijn ontwikkeling: hij brabbelt al hele verhalen aan elkaar, doet spelletjes en vindt ‘klap eens in je handjes’ het leukste liedje dat er is. Lola boeit het nog niet zo veel.
Maar waar Lola als een speer de kamer rond tijgert en ik haar om de minuut uit een andere hoek van de kamer mag plukken, ligt meneer nog gefrustreerd op het kleed te liggen en te jammeren dat hij ook best vooruit wil. Tja jongen, doe je best! 
Omrollen kon Roef al wél heel snel. Heen en terug. Lola niet. Of ze dééd het niet moet ik zeggen. Want als Lola ergens geen zin in heeft dan doen ze het niet. Tot je een keer met je ogen knippert en ziet dat ze toch op de een of andere manier weer op haar rug ligt. Een meter verderop.

Roef heeft een tijdje heel hard gegild. Dit duurde denk ik een week. Lola is nu aanbeland bij het hoofdstuk gillen. Maar Lola is een meisje, dus gillen is krijsen. Hard. Héél hard en heel veel. Met een grote glimlach.

Dus gewapend met een hekje op een kruipgebied af te zetten, een setje oordopjes en alle mogelijke wiege- en slaapliedjes wacht ik geduldig af wat de volgende fase van de een of de ander gaat worden. Never a dull moment. 

05

Jan

Lola (10,5 mnd oud, gecorrigeerd 7 mnd)

Lola (10,5 mnd oud, gecorrigeerd 7 mnd)

Roef! (10,5 maand, gecorrigeerd 7 mnd)

Roef! (10,5 maand, gecorrigeerd 7 mnd)

Time flies..

En dan opeens is 2012 voorbij. Dat jaar dat zorgde voor erg veel beweging in het leven. Niet dat we daar niet al op waren voorbereid, maar uiteindelijk werd het toch allemaal nog even een stukje heftiger dan gedacht. In januari 2012 nog dachten we dat we toch zeker in april al wel ouders zouden zijn, en dat het allemaal best zwaar zou worden met twee kleintjes. Little did we knew. 

Op zaterdag bespraken we de verbouwplannen van ons nieuwe huis met onze aannemer. En de woensdag er na was ik al moeder. 1 februari 2012 was ik opeens moeder, terwijl mijn lijf en mijn hoofd nog láng geen moeder waren. Ik was het misschien fysiek, maar van binnen was ik er totaal nog niet klaar voor. Desondanks wilde ik wel vechten als een leeuwin voor Lola, maar dat kon en mocht ik niet. Want Roef was er ook nog. Al had hij nog geen naam, want hij was nog aan het overleven in mijn buik. Ik was moeder, ik was zwanger en ik was er nog niet klaar voor. Een verdomd lastige combinatie kan ik je vertellen.

Tien dagen duurde het voordat ik dan niet meer zwanger was, maar moeder van twee. Tien dagen heb ik plat gelegen, als ik tenminste niet eigenwijs toch deed wat de artsen me afraadden. En na tien dagen was dan ook Roef er. En ik was dus moeder van twee maar er nog steeds niet klaar voor.

Vier maanden met veel verdriet, angst, kleine geluksmomentjes en veel hoop gingen er voorbij. achteraf gezien durf ik te zeggen dat het zwaar was. Ik kan het nu zeggen, want het ligt in het verleden. Het zit niet meer in mijn systeem. Tóen deed ik wat ik kon. Tussen twee woningen in, wonen in het Ronald McDonaldhuis, de verhuizing en verbouwing regelen, proberen de administratie een beetje bij te houden, mijn eigen gezondheid in de gaten houden, zorgen dat de familie en vrienden op de hoogte waren, en het belangrijkste; zorgen dat de kindjes het gingen halen. Noem het overleven.

Ruim vier maanden ziekenhuis hebben we met zijn vieren overleefd. En een verhuizing. Een een verbouwing. 

En toen kwam de zomer en mijn dertigste verjaardag en het gat wat rust zou moeten heten. Het gat bracht geen rust, want het leven ging namelijk gewoon door zoals het al die andere maanden door was gegaan. We bouwden een ritme op van werk, kinderen verzorgen, banen zoeken en het sociale leven weer opzoeken. 
Er is geen moment geweest om even stil te staan bij wat er nu allemaal gebeurd was. En dat is misschien wel goed. Misschien hebben we dat moment ook niet opgezocht. Misschien komt dat moment nog.
Want het was zwaar, maar het ligt wel achter me. 
Het zit niet meer in mijn systeem.

Anderen herinneren ons nog regelmatig aan de zware periode aan het begin van 2012 en willen ons waarschuwen voor de zware dingen die misschien nog gaan komen. Maar bij ons zit het niet meer in het systeem. De kinderen groeien boven verwachting goed. Ze ontwikkelen zich als uit het boekje en ze zijn vreselijk lief en met ieder hun eigen karakter. Prachtig zijn ze. 
En ik zeur lekker over waar iedere andere moeder over zeurt of zou willen zeuren. De ‘kleine’ dingen.
Ik denk wel eens aan alle struikelblokken die onze mensenkinderen misschien nog tegen gaan komen vanwege hun vroeggeboorte, maar ik heb geen angst. Eens in de zoveel tijd brengt iemand me met een vraag of een opmerking aan het wankelen en dan vrees ik voor de gezondheid of de ontwikkeling van mijn twee zeer speciale mensenjongen. Maar het volgende moment sta ik er weer in zoals ik er altijd al in gestaan heb; ‘We zien wel..’
Ik ga me pas druk maken op het moment dat ik me druk moet gaan maken. Daarvóór is het verspilde energie. Energie die ik hard nodig heb voor andere dingen. Zoals het spelen en opvoeden van die twee handenbinders bijvoorbeeld.

Ik word ook steeds handiger in het moederschap. Ik heb een ritme, ik ben zelfs af en toe heel pedagogisch verantwoord. En ik geniet van ze. We hebben het fijn.

Eind 2012 lag mijn focus alweer wat meer bij mezelf. Ik wil weer aan het werk. Ik wil weer onder de mensen zijn, mezelf ontwikkelen, werken en geld in het laatje brengen. En ik weet wat ik wil; mijn droombaan. Even leek het er op dat het al snel zou lukken, maar helaas; Penelope werd ik niet. En misschien was dat goed. Was het te snel. De laatste maanden ben ik dus op zoek.. en mezelf mentaal aan het voorbereiden op mijn droombaan. Want het thuis zijn voor de kindjes was fijn en goed. Maar dat is niet wie ik ben. Ik ben geloof ik een leuker mens als ik ook een paar uur in de week niet in de rol van moeder of huisvrouw zit. “Ja, dat zal wel pittig worden!” zeggen lieve mensen dan. 
Ja, dat klopt. Maar heb je gezien wat ik aan kan?

Ik ben er klaar voor. Het moeilijke jaar ligt achter ons. Lola wordt over 3 weken één. En Roef volgt 10 dagen later.

Ik als moeder word 1!

2013 is al een paar dagen aan de gang. En ik blijf hopen dat dit jaar het jaar van het goede nieuws wordt. Dat ik een baan vind. Dat de kindjes gelukkig zijn en zich goed blijven ontwikkelen. Dat we lekker op vakantie gaan. En dat we het huis beetje bij beetje meer af kunnen maken. En een beetje rust hier en daar. Hele simpele wensen dacht ik zo.

We zijn nu in het nieuwe jaar en bijna een jaar verder. En ik geloof dat ik er klaar voor ben. Voor het moederschap. Ben ik er goed in? Dat weet ik niet, vraag het mijn kinderen over een jaar of twintig. Maar ik ben nu wel moeder van top tot teen, in hart en nieren, fysiek en nu ook helemaal mentaal. 

02

Oct

Over drie kwartier van mijn ochtend

Ik voel me altijd een beetje bekeken als ik met mijn twee handenbinders op pad ga. Een simpel tripje naar de Albert Heijn, hier toch echt maar 3 minuten vandaan, is een hele happening met een tweeling. Voor mij en voor mijn omgeving. En ik kan er maar niet aan wennen. 

Picture this:

De Nutrilon was op. Maar met de voedingstijd van 12 uur in het vizier is het spul toch wel erg handig. Ik móest er dus wel op uit. En helaas kan ik ze nog niet even 5 minuutjes achter laten als ik een boodschap ga doen. Dus dat we op pad zouden gaan stond vast. Dat betekent dus dat ik in het openbaar moest verschijnen. Allemaal goed en wel, maar een douchebeurt was dan geen overbodige luxe. het was dus even wachten tot de kindjes rond 10 uur van totale oververmoeidheid van al het omrollen naar de buik, in slaap zouden vallen in de box. Ik kan er bijna de klok op gelijk zetten. Hoor ik dat goed? ja, ze slapen. Vlug vlug onder de douche. 
Prima, ik ben aangekleed en ready to go. Nu de kinders nog.
Ik ga maar naar de Albert Heijn dus ik hoef gelukkig niet een hele luiertas in te pakken met benodigdheden. Dus, sokken aan, jasjes aan, in de wagen gespen, dekentjes erover.. volgens mij zijn we zo ver! 

De tocht naar de Albert Heijn lijkt nog het meest op een hindernissenbaan voor gevorderden. Hoge stoepranden, te krappe doorgangen, op de stoep geparkeerde auto’s, stoplichten die niet lang genoeg op groen blijven staan en tegenliggers die óf minutenlang in je wagen naar je schattige baby’s willen kijken óf me negeren en stug blijven lopen waardoor ik de wagen in de goot of in de bosjes moet duwen.

Enfin, de AH. Als ik hier dan toch ben kan ik maar beter direct de rest van de boodschappen ook doen. Helaas ben ik aangewezen op een een (rol)mandje, met de tweelingwagen weet ik niet hoe ik een kar zou moeten bedienen. Dus de wagen voortduwend en met het mandje achter me aan drentel ik door de winkel. Draaien is lastig met een wagen die je met 1 hand moet besturen omdat je met je andere hand een mandje trekt. Het liefst zou ik de wagen met de kindjes ergens op een centrale plek in de winkel zetten en dan snel in mijn eentje door de winkel vliegen. Maar dat doe je tóch niet he? Na 4 keer de complete winkel van voor tot achteren gezien te hebben ( ik ben niet zo’n gestructureerd persoon) komt dan de kassa challenge. Is er misschien een kassa open waar ik niet klem kom te zitten met de tweelingwagen? Nee helaas niet. Er zijn 2 kassa’s open, maar beide zijn ze te smal. Ik sta nog te bedenken wie ik zal gaan vragen of er een brede kassa open mag, als een cassiere mij gelukkig vertwijfeld ziet kijken en op eigen initiatief meldt dat ze gaat verhuizen naar de brede kassa voor me. 
Ik laad mijn overvolle mandje uit en laad aan de andere kant de onderkant van de kinderwagen weer vol. Het past niet. Tja kinders, dan maar spul op schoot. Die luiers zijn tenslotte voor jullie!  
Na nog een beleefd praatje met de kassajuffrouw over tweelingen, vroeggeboortes en economische crisis ben ik dan eindelijk zo ver. Bepakt en beladen keren we weer huiswaarts. De kindjes zijn inmiddels allebei in slaap gevallen gelukkig. 
Ach, daar is het meisje van de kinderpostzegels met wat vriendjes.

“Dag buurvrouw, wie is ook alweer het jongetje en wie het meisje?” en “Hij zegt dat baby’s dood gaan als ze vroeg geboren worden, maar deze zijn niet doodgegaan!” met tot slot een “Kunnen deze al lopen?” Mooi man.

And… touch base! Snel de jasjes uit, flesjes maken en warm maken en de boodschappen uitpakken.

Hmm.. wacht eens. Ik had toch een blik Nutrilon gekocht?